Werk je als zzp'er voor minder dan ongeveer 38 euro per uur? Vanaf 31 december 2026 telt dat tarief mee als bewijs dat je eigenlijk in loondienst werkt. De Wet rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst op basis van uurtarief is aangenomen en in het Staatsblad gepubliceerd, en verandert iets fundamenteels aan hoe de rechter en de Belastingdienst naar jouw opdracht kijken.
Het klinkt technisch, maar de impact is groot. Werk je structureel onder dat tarief, dan kun je straks zelf claimen dat je recht hebt op een arbeidsovereenkomst. Niet jij moet dat vervolgens bewijzen, maar je opdrachtgever moet aantonen dat dat niet zo is. Dat is een omkering die zzp'ers in sectoren met lage tarieven, denk aan de zorg, cultuur en platformwerk, direct raakt.
Wat staat er precies in de wet
In artikel 7:610aa van het Burgerlijk Wetboek komt een nieuw rechtsvermoeden: werk je tegen een uurtarief onder een vastgesteld bedrag, dan wordt vermoed dat er een arbeidsovereenkomst is. De wettekst noemt een basisbedrag van 36 euro, gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Omdat dat bedrag jaarlijks wordt geïndexeerd, komt de daadwerkelijke drempel bij invoering waarschijnlijk op zo'n 38 euro per uur uit.
Belangrijk: het vermoeden is weerlegbaar. Je opdrachtgever kan aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, bijvoorbeeld omdat je zelf je werktijden indeelt, eigen materiaal gebruikt of voor meerdere klanten werkt. De wet verplicht dus niemand om je in loondienst te nemen. Ze verschuift alleen wie het eerste woord heeft in een discussie daarover.
Waarom dit nu pas ingaat
Het wetsvoorstel ligt al langer bij de Tweede en Eerste Kamer. Oorspronkelijk zou de wet per 1 juli 2026 ingaan, maar het kabinet verschoof de invoering naar 31 december 2026. Dat is geen toeval: de Belastingdienst hervat de normale handhaving van schijnzelfstandigheid ook pas per 1 januari 2027, na jaren van een coulanceperiode zonder boetes. Beide maatregelen landen dus vlak na elkaar, zodat opdrachtgevers en opdrachtnemers tegelijk met nieuwe spelregels te maken krijgen.
Voor wie de zelfstandigenaftrek al zag dalen, komt dit er dus bovenop. Wij schreven eerder over hoe zzp'ers inleveren op dat belastingvoordeel, en deze nieuwe wet is het volgende stuk van hetzelfde plaatje: de overheid wil scherper onderscheid tussen echte zelfstandigheid en verkapt loondienstwerk.
Wie dit het hardst voelt
Platformwerkers, zoals maaltijdbezorgers en taxichauffeurs die via een app werken, zitten vaak al rond of onder de nieuwe drempel. Ook zzp'ers in de zorg, de kinderopvang en delen van de culturele sector werken regelmatig tegen tarieven die onder de 38 euro liggen zodra je de onkosten eraf trekt. Voor hen betekent de wet een extra stok achter de deur om een eerlijker tarief te eisen, of om via de rechter te laten vaststellen dat de relatie met de opdrachtgever eigenlijk een dienstverband is.
Werk je juist boven die drempel? Dan verandert er voor jou weinig. Het rechtsvermoeden geldt niet automatisch omgekeerd: een hoog uurtarief is geen garantie dat je status als zelfstandige nooit ter discussie komt. De Belastingdienst kan nog altijd kijken naar hoe de samenwerking er in de praktijk uitziet, los van het tarief. Werk je bijvoorbeeld al jaren voor dezelfde ene opdrachtgever, volg je vaste werktijden en gebruik je hun apparatuur, dan speelt dat mee ook al rekent je 60 euro per uur.
Wat opdrachtgevers nu al kunnen doen
Bedrijven die met freelancers werken, doen er goed aan om nu al te kijken welke opdrachten onder de nieuwe grens vallen. Dat betekent niet per se dat die opdrachten moeten stoppen, maar wel dat je als opdrachtgever straks zelf met bewijs moet komen als een zzp'er het rechtsvermoeden inroept. Denk aan heldere afspraken over werktijden, facturen die aantonen dat er voor meerdere klanten wordt gewerkt, en een overeenkomst van opdracht die de zelfstandigheid onderbouwt.
Voor zzp'ers zelf is het slim om nu al te kijken of je uurtarief structureel onder de 38 euro ligt. Is dat zo, dan kun je overwegen om je tarief te verhogen, of om bewust te documenteren waarom je positie toch echt zelfstandig is: meerdere opdrachtgevers, eigen investeringen, geen vaste werktijden. Dat sluit ook aan bij de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering die eraan komt, een andere maatregel die zzp'ers dwingt om hun ondernemerschap serieuzer in te richten.
Dit betekent het voor jouw tarief
De kern is simpel: een laag uurtarief wordt vanaf eind 2026 een juridisch signaal, niet alleen een financiële keuze. Reken je nu nog 30 of 35 euro per uur om concurrerend te blijven, dan loop je straks meer risico dat een opdrachtgever het zekere voor het onzekere neemt en de samenwerking anders inricht, of helemaal stopt. Andersom kun je het rechtsvermoeden ook als onderhandelingsmiddel gebruiken: je staat sterker als je een eerlijker tarief wilt afdwingen.
Wie zich grondig wil voorbereiden, kan de kamerbrief van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid erop naslaan voor de precieze onderbouwing. Check ook of je naast je uurtarief ook je belasting over bijverdiensten goed op orde hebt, want die twee regelingen raken elkaar bij veel kleine zzp-constructies.