Je had de nieuwe belastingregels voor spaargeld en beleggingen misschien al in je hoofd gepland: eindelijk betalen over wat je echt verdient, in plaats van over een fictief percentage dat de Belastingdienst voor je bedenkt. Maar dat gaat voorlopig niet gebeuren. De Eerste Kamer stelde eind juni de stemming over de Wet werkelijk rendement box 3 uit, en het kabinet werkt nu aan een aangepast voorstel dat pas op Prinsjesdag naar de Tweede Kamer gaat. Voor gewone spaarders en beleggers betekent dit vooral: nog even geduld, en dit jaar verandert er niets aan je aangifte.
Wat de nieuwe wet zou moeten veranderen
Het huidige box 3-systeem rekent met een forfaitair rendement: de fiscus gaat ervan uit dat je op spaargeld en beleggingen een vast percentage rendement maakt, ongeacht wat je in werkelijkheid overhoudt. Voor 2026 is dat forfait op spaargeld vastgesteld op 1,28 procent en op beleggingen op 6,00 procent. Heb je een slecht beleggingsjaar, dan betaal je toch belasting alsof je 6 procent hebt verdiend.
De nieuwe wet moet daar een einde aan maken door aan te sluiten bij je werkelijke rendement: rente, dividend en huurinkomsten, plus de waardestijging van je bezittingen. Klinkt logisch, maar precies dat laatste punt, de belasting over waardestijging die je nog niet hebt verzilverd, is waar het misgaat. Beleggers die spreiden via ETF's zouden onder het nieuwe stelsel jaarlijks belasting moeten betalen over koerswinst op papier, ook als ze niets verkopen.
Waarom de senaat op de rem trapte
In de Eerste Kamer bleek eind juni geen meerderheid te vinden voor het wetsvoorstel zoals het er lag. Zelfs coalitiepartijen VVD en CDA hadden grote bezwaren tegen belasting over ongerealiseerde winst, zo meldde de NOS. Hun voorkeur gaat uit naar een vermogenswinstbelasting, waarbij je pas belasting betaalt op het moment dat je daadwerkelijk verkoopt en winst incasseert. Staatssecretaris Eerenberg van Financiën kreeg de zomer om met een aangepast voorstel te komen dat wel op steun kan rekenen.
Het gevolg: de senaat behandelt de aangepaste wet pas na Prinsjesdag, en volgens de planning van de Eerste Kamer start de echte behandeling op zijn vroegst begin 2027. Een derde keer uitstel is dus niet ondenkbaar, want dit wetsvoorstel sleept zich al jaren voort.
Wat dit betekent voor jouw aangifte dit jaar
Voor je belastingaangifte over 2026 verandert er niets: je valt gewoon onder het oude forfaitaire stelsel, met het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro (118.714 euro voor fiscale partners). Wie klaagt over te veel betaalde box 3-belasting in eerdere jaren, kan dat nog steeds doen via de bekende bezwaarprocedures. Ook cryptobezit valt onder diezelfde regels, dus daar hoef je voorlopig ook geen nieuwe rekenmethode voor te leren.
Het risico zit vooral in de onzekerheid zelf. Niemand weet nog hoe het stelsel er in 2028 uitziet, en dat maakt het lastig om nu al slim te plannen rond bijvoorbeeld het verkopen van beleggingen of het aflossen van schulden die je vermogen in box 3 drukken.
Zo speel je slim in op de onzekerheid
Je hoeft niet stil te zitten tot de politiek een knoop doorhakt. Een paar dingen die wel al zin hebben:
- Houd je vrijstelling in de gaten. Vermogen tot 59.357 euro (alleenstaand) blijft sowieso onbelast, dus daar is geen haast bij.
- Kijk kritisch naar waar je geld nu staat. Grootbanken geven vaak beduidend minder spaarrente dan kleinere aanbieders, en dat verschil merk je nu al in je portemonnee, los van hoe box 3 er straks uitziet.
- Bewaar je jaaroverzichten en aankoopbewijzen van beleggingen zorgvuldig. Onder een vermogenswinstbelasting heb je die aankoopprijs straks hard nodig om je werkelijke winst te kunnen berekenen.
- Laat je niet gek maken door paniekverhalen over "nu nog snel verkopen voordat het misgaat". Zolang er geen wet is aangenomen, gelden de huidige regels gewoon door.
Waarom dit langer duurt dan iedereen had gehoopt
De kern van het probleem is dat drie dingen tegelijk moeten kloppen: het moet uitvoerbaar zijn voor de Belastingdienst, het moet voldoende belasting opleveren voor de schatkist, en het moet juridisch overeind blijven na de Hoge Raad-uitspraken die het huidige stelsel al onderuit haalden. Elke aanpassing aan een van die drie raakt de andere twee, en dat verklaart waarom dit dossier al sinds 2022 op de plank ligt. Reken er voorlopig op dat je nog minstens twee belastingjaren met het oude forfaitaire systeem te maken hebt, en gebruik die tijd om je administratie op orde te krijgen voor wat er ook komt.